www.arabic-language.org www.abecedarioarabe.com www.arabischesprache.com www.apprendrearabe.com www.arabsky.biz www.cursoarabe.com www.arabo.biz

Arabische Grammatica

Arabische grammatica. Bovendien, vind je andere handige hulpbronnen vinden over het arabisch, zoals woorden, scholen, Arabische literatuur en meer

  • Arabische Taal Home
  • Over ons
  • Arabische Dialecten
  • Woordenboeken
  • Arabische Taal Feiten
  • Arabische Forum
  • Arabische Grammatica
  • Arabische Geschiedenis
  • Banen arabische Taal
  • Taal Nieuwsbrief
  • Arabische Literatuur
  • Arabische Zinnen
  • Arabische Producten
  • Verwante Sites
  • Talen Scholen
  • Arabische Gebarentaal
  • Arabische Slang
  • arabisch Onderwijs
  • Arabische Vertaling
  • Arabische Woorden
  • Arabische Grammatica

    Door de snelle uitbreiding van de Islam in de 8e eeuw, leerden veel mensen Arabisch als een internationale taal. Daarom zijn de eerste grammaticale verhandelingen vaak geschreven door sprekers die Arabisch niet als hun moedertaal hadden.

    Oorspronkelijk zijn de grammaticale wetenschappen verdeeld in 4 delen:
    al-lugah (lexicon) houdt zich bezig met het verzamelen en het uitleggenconcerned van woorden.
    at-ta-rif (morfologie) vaststellen van de vorm van individuele woorden.
    an-na-w (zinsbouw) Gaat hoofdzakelijk over stembuiging (i-rab) wat al verloren was gegaan in de dialecten.
    al-istiqaq (afleiding van een woord) de oorsprong van een woord onderzoeken.

    Noun:

    Het Arabische naamwoord kan een van de drie vormen van zekerheid innemen: bepaald, onbepaald of nomen regens (een naamwoord dat verbonden is aan het volgende woord) De bepaalde vorm is gemerkt door het artikel al-. De onbepaalde vorm is gemerkt doordat het op -n eindigt. De bouw is ongemerkt en komt voor in het eerste lid van de 2e naamval.

    Arabische Persoonlijke Voornaamwoorden:

    Enkelvoud:
    Ik - anaa, bijvoorbeeld: anaa katabtu - Ik schreef.
    gij (mannelijk) - anta, bijvoorbeeld: anta katabta - gij schreef.
    gij (vrouwelijk) - anti, bijvoorbeeld: anti katabti - gij schreef.
    hij (mannelijk) - huwa, bijvoorbeeld: huwa kataba - hij schreef.
    zij (vrouwelijk) - hiya, bijvoorbeeld: hiya katabat - zij schreef.

    Meervoud:
    wij - naHnu, bijvoorbeeld: naHnu katabnaa - wij schreven.
    jij (mannelijk meervoud) - antum, bijvoorbeeld: antum katabtum - jij schreef.
    jij (vrouwelijk meervoud) - antunna, bijvoorbeeld: antunna katabtunna - jij schreef.
    jij twee (tweevoudig mannelijk en vrouwelijk) - antumaa katabtumaa - you two wrote.
    zij (mannelijk) - hum, bijvoorbeeld: hum katabuu - zij schreven.
    zij (vrouwelijk) - hunna, bijvoorbeeld: hunna katabna - zij schreven.
    zij twee (tweevoudig mannelijk) - humaa - humaa katabaa - they two wrote.
    zij twee (tweevoudig vrouwelijk) - humaa - humaa katabataa - they two wrote.

    Twee Soorten Arabische Zinnen:

    1. Verbale zin: de zin begint met het werkwoord en het onderwerp volg. Het werkwoord is altijd in het enkelvoud ook als de naamvallen van het onderwerp enkelvoud of meervoud zijn. Voorbeelden van de verbale zinnen:
    dhahaba abiy ila Cairo - letterlijke vertaling - is gegaan mijn vader naar Cairo. Maar het betekend - mijn vader is naar Cairo gegaan.
    raja'a abiy min Cairo - letterlijke vertaling - teruggekomen mijn vader uit Cairo. Maar het betekend - mijn vader is teruggekomen uit Cario.
    la'iba al-waladaani - de twee jongens speelden (tweevoud).
    la'iba al-awlaadu - de jongens speelden.
    Zoals je kunt zien, is het werkwoord altijd enkelvoudig ook al is het onderwerp tweevoudig of meervoudig.

    2. Nominal sentence: de zin begint met het naamwoord of het onderwerp en de anderen volgen. Het werkwoord moet overeenkomen met het onderwerp en geslacht. Voorbeelden van the nominal sentence:
    abiy raja'a min Cairo - Mijn vader is teruggekomen uit Cairo.
    akhiy kataba - mijn broer schreef.
    al-waladu la'iba - de jongen speelde.
    al-waladaani la'ibaa - de twee jongens speelden (tweevoudig).
    al-awlaadu la'iboo - jongens speelden (jongens is meervoud = "zij" dus het equivalente werkwoord voor "zij" is "la'iboo").
    Zoals je kunt zien, komt het werkwoord overeen met het onderwerp.
    anaa wa akhiy wa abiy dhahabnaa ila Cairo - Ik en mijn broer en mijn vader gingen naar Cairo. In deze zin zijn, Ik, en mijn broer en mijn vader equivalenten van "wij". Daarom moet het werkwoord samen gaan met "wij" b.v., dhahabnaa.

    Gender:

    Arabisch heeft twee geslachten, uitgedrukt door zowel voornaamwoordelijke als verbale overeenkomsten. Overeenkomsten met cijfers laten een eigenaardige tegengestelling zien. De geslachten verwijzen meestal naar mannelijk en vrouwelijk, maar de situatie is gecompliceerder dan dat. Het ´vrouwelijke´ geslacht wordt ook gebruikt om ´singulatieven´ uit te drukken.

    Het teken voor het vrouwelijke geslacht is een -t- achtervoegsel, maar sommige naamwoorden zonder dit teken zijn ook vrouwlijk. (b.v. umm ´moeder´, ard ´aarde´). Al in het klassieke Arabisch, werd de -t in pausa niet uitgesproken.Het wordt geschreven met een speciale letter (ta marbuta) dat aangeeft dat een t klank moet worden uitgesproken in sandhi en niet in pausa.

    Tijdsvormen:

    Er zijn twee basis tijden in de Arabische taal. 1.Perfect Tense, 2.Imperfect Tense or the Present Tense. De handeling wordt voltooid in de perfect tense. Dit zou je ook de verleden tijd kunnen noemen omdat de handeling al was voltooid voor de tegenwoordige tijd dus het behoort tot het verleden. Bijvoorbeeld, je kan zeggen, "ik at". De handeling van het eten is beëindigd in het verleden. Het verleden kan een paar minuten geleden zijn of een paar decennia. In de tweede tijdsvorm, gaat de handeling nog door. Bijvoorbeeld, je klopt op de deur en loopt naar binnen. Je ziet dat hij aan het eten is. Hij zegt "Ik ben aan het eten". De handeling gaat gaat door, hij praat met je terwijl hij aan het eten is. In het Engels is dit de tegenwoordige tijd. Het is ook de " imperfect tense" in het Arabisch. Kijk naar de tabel hierboven en plaats het voornaamwoord "ik" in de linker kolom en volg het naar de rechter naar de "imperfect" kolom. Nu zie je het werkwoord, "akulu". Het betekend, " ik ben an het eten" of "ik eet". En de toekomende tijd? Nou, er is geen toekomende tijd in het Arabisch. Dit wordt gecreëerd door het toevoegen van het voorwoord "sa" aan de imperfekte vorm van het werkwoord. Bijvoorbeeld, laten we kijken naar de tabel hier boven om te kijken wat de imperfekte vorm van het werkwoord "akala" is. Het is "ya´kulu". Als je het voorwoord "sa" toevoegd aan "ya´kulu" krijg je, "saya´kulu" en dat betekend "hij gaat eten".

    top ^



    top ^

    © Copyright 2009 - Arabische Taal.com -